Geschiedenis

In 2000 nam Louis Hermans het roer als voorzitter over. Zijn enthousiaste aanpak zorgde ervoor dat het ledenaantal gestadig groeide. Het logo en de naam kregen een opfrisbeurt. Het opzetten van grote spektakels als ‘Lily en Marleen’, ‘Oliver Twist’ en ‘Jacques! Ca va ?’ lokte duizenden naar de voorstellingen.

  In 2014 konden we met heel veel trots onze jeugdige spelers een plekje geven op de scène met "Verliefd", dit keer niet in het Parochiecentrum, maar theater in't klein in Hof Ter Rielen te Kasterlee. Datzelfde jaar presenteerde ID Tejater ook "Goesting op de Camping" wat voor maar liefst 2(!) producties zorgde dat jaar. Een jaar later blonk onze jeugd opnieuw met "#hemikietoanvanei".
Elke natie krijgt in zijn bestaan af te rekenen met ups en downs. In 1989 werd er een “sabbatjaar”ingelast. Het daarop volgende jaar zet Raf Kennis zijn schouders onder "Ik Dien": hij verzamelde ijverige “toneelroutiniers” rond zich en lanceerde nog eens “De Ster”. Met succes. Hij was de duivel-doet-al ! (regisseur, speler, PR-man, coördinator).

Met Stan Boonen als voorzitter en Raf als secretaris ging de wagen weer aan het bollen. Men vond jong talent en zelfs een huisregisseur. In Paul Janssen, een gedreven jonge toneelkenner (en zelf virtuoos acteur) vond "Ik Dien" een gedroomde huisregisseur met inhoud en de juiste teamspirit. Het bestuur onderging ook een verjongingskuur.

Ondersteund door een bekwame en creatieve technische ploeg kon de vernieuwde toneelkring weer van start. Met enthousiasme wordt er elk jaar gewerkt aan een nieuwe productie, waar alle leden (spelend of niet spelend) met plezier aan meewerken.

In de jaren zestig slaagt men nieuwe wegen in. De televisie was een uitdaging voor Ik Dien. René Beersmans trekt jong bloed aan: Willy Loos en Raf op de Beeck blazen een nieuwe wind door "Ik Dien". In 1979 neemt René Beersmans met “Valstrik voor een man alleen” afscheid van. Hij geeft de fakkel door aan de jongeren, maar blijft toch van op een afstand volgen. In de jaren tachtig passeren verschillende door de wol geverfde en erg gedegen regisseurs de revue. Achtereenvolgens kwamen Bert Van Eeckert, Miel Geysen, Vic Van Duppen, Johan Dirckx, Staf Van Duppen en opnieuw Raf Op De Beeck knappe eigentijdse creaties leiden. Met soms zelfs werk van eigen Kastelse bodem, zoals “Het moet niet altijd moord zijn” van Ludovic Leysen en “De Duivelskuil” van Jef Lievens.

Ook in eigen rangen zat regietalent. Vooral Tom Pernet leek geroepen om als voorzitter – regisseur het heft in handen te nemen. Tom zou vooral succes oogsten met creaties uit eigen bodem. Later gooit hij ook elders hoge ogen als regisseur en levert zelfs toneelwerk op tv in verscheidene soaps en series. De deuren worden ook opengegooid naar vernieuwende en alternatieve activiteiten. “Een avond in New Orleans” oogstte 4 maal op rij geweldig succes. Ook de éénakteravonden waren een schot in de roos.
We vliegen terug naar de jaren '40 - '45. "Ik Dien" krijgt officieel zijn roepnaam, maar ook daarvoor waren er al heel wat toneelfreaks actief in Kasterlee. René Beersmans was zo gebeten door theater dat hij samen met enkele andere enthousiastelingen "komede" ging spelen. Eén van de eerste stukken was "De Filosoof van Hagem", wat ze brachten in de parochiezaal. Ze startten om 18u, want het mocht niet te lang duren èn het moest 'deftig' blijven! Als het wat geld opbracht ging dit volledig naar het goede doel. René Beersmans werd van '43 tot '48 benoemd in Merksplas. Jos Wuyts werd meegevoerd naar Duitsland. De toneelplannen gingen even de bezemkast in...  

In ’48 gingen ze weer aan de slag. Aanvankelijk kozen ze voor de naam “Dienen” om deze uiteindelijk om te dopen tot “Ik Dien”.

Spelen tijdens de vastenperiode mocht niet; een passiespel kon wel. Zodoende twijfelde men niet lang: “Barrabas”, “Deze die stierf ” en vele andere stukken waren een echt succes. Dames konden wel komen kijken, maar meedoen kon absoluut niet. Als er al een damesrol in het stuk voorkwam dan moest één van de mannelijke acteurs in vrouwenkleren kruipen. Dit veranderde in de sixties . Men kon vanaf dan ook kiezen uit een groter repertorium.

De acteurs van”Ik Dien” waren zo beroemd dat ze zelfs buiten de grenzen van Kasterlee gingen optreden: Voortkapel, Hasselt, Tongerlo kregen de rasartiesten uit Kastel op bezoek. Het transport van de decors was een hele klus, maar men kon hiervoor rekenen op een aantal Kastelse ondernemers die graag hun “camions” ter beschikking stelden. Onder impuls van René Beersmans werd in de jaren ’50 ook aan jeugdtoneel gedaan. Voor velen zijn dit nog steeds zeer leuke jeugdherinneringen.